We moeten sowieso alle daken gebruiken voor zonne-energie. Dat is duidelijk. Alleen daar redden we het simpelweg niet mee om te voldoen aan de eigen doelstellingen voor duurzame energie in Nederland. Daarom zal er ook op andere plekken zonne-energie moeten worden opgewekt (naast de andere duurzame energiebronnen). In welke volgorde de uitrol gebeurt van de verschillende zonne-energieprojecten, te weten dak, land of water, maakt dan ook niet uit. Zolang al die daken uiteindelijk vol komen te liggen met zonnepanelen. Maar daarop wachten kunnen we niet.


Omdat grote stappen gemaakt moeten worden met de energietransitie is ook de inzet van braakliggende terreinen voor de opwek van zonne-energie nodig. We zullen slechts maximaal 0,5% van het landbouwareaal tijdelijk nodig hebben. Daarbij maken projecteigenaren steeds meer werk van het inpassen van het zonnepark in de omgeving. Door via ‘groen’ het zicht op de zonnepanelen weg te werken, door ook te denken om de biodiversiteit in het zonnepark, door gewassen te groeien onder de zonnepanelen, door schapen te laten grazen onder de zonnepanelen of er zelfs een openbaar park van te maken.   


We hebben meerdere zonneparken gelanceerd en zullen dat ook blijven doen. De omgeving kan meeprofiteren via ZonneDelen en het is altijd in goed overleg met de gemeente en de lokale overheid, die immers al een vergunning heeft afgegeven voor het zonnepark. We zullen de komende jaren ook op water veel meer zonnepanelen gaan zien in Nederland. Door koeling en dubbele lichtinval is dit ideaal om zonne-energie op te wekken. Branche organisatie Holland Solar heeft overzichtelijk op een rij gezet wat er nodig is tot aan 2030. En duidelijk wordt: alleen zonnedaken zijn niet genoeg.